Klik, schuif en vergelijk: zo zie je hoe een onweersbui in elkaar zit. Liever lezen? De artikelen staan in de Academie.
Waar zit de wall cloud, waar komt de inflow binnen en hoe ontstaat een hook echo? Klik op een onderdeel, in het zijaanzicht of op het radarbeeld.
Schematisch, niet op schaal. Gezien vanaf de zuidoostkant; de bui trekt naar rechts.
Schematisch radarbeeld van bovenaf, noorden boven; de bui trekt naar het noordoosten. Kleuren: reflectiviteit, van lichte regen tot hagel.
Van stapelwolk tot uiteenvallende bui in vier stadia. Gebruik de schuifbalk of druk op afspelen.
Warme, vochtige lucht stijgt op, koelt af en condenseert: er ontstaat een stapelwolk (cumulus). In dit stadium is er alleen een updraft. De wolk groeit, maar het regent nog niet.
Op de grond: Zonnig met mooie stapelwolken. Er is nog niets aan de hand.
De updraft wordt sterker en de wolk groeit snel de hoogte in (cumulus congestus), tot ver boven het vriespuntniveau. Daar ontstaan ijskristallen, hagelkorreltjes en onderkoelde druppels: het begin van neerslag én van de ladingsscheiding die later bliksem geeft.
Op de grond: Hoge, bloemkoolvormige wolkentorens met scherpe randen.
De wolk bereikt de tropopauze en waaiert uit tot een aambeeld: een cumulonimbus. Neerslag valt uit en sleurt koude lucht mee naar beneden (de downdraft), naast de nog actieve updraft. Dit is het heftigste moment van de bui: onweer, zware regen, hagel en windstoten.
Op de grond: Plotseling harde, koude windstoten (het gust front), een temperatuurdaling van soms 10 graden, hevige regen, onweer en soms hagel.
De koude uitstroom schuift onder de bui door en snijdt de toevoer van warme lucht af. Zonder updraft neemt de downdraft het over: de neerslag wordt lichter en de wolk valt uit elkaar. Het aambeeld blijft vaak nog lang zichtbaar, los van de rest.
Op de grond: Lichte regen en afkoeling, daarna klaart het op. De uitstroom kan elders wel weer nieuwe buien aanzetten.
Dit is een gewone, enkele bui. Bij een supercell liggen updraft en downdraft naast elkaar en zit de koude uitstroom de updraft niet in de weg; zo'n bui kan uren blijven bestaan.
Drie lage wolken bij onweer die vaak door elkaar worden gehaald. Zo zie je het verschil.
Schematisch, niet op schaal. warme lucht koude uitstroom
Een lage, wigvormige wolk aan de voorkant van een bui of buienlijn. Hij ontstaat waar de koude uitstroom van de bui (het gust front) de warme lucht ervoor omhoog duwt. De bovenkant is vaak glad en gelaagd, de onderkant donker en rafelig.
Een lange, buisvormige wolk die los van de bui vóór de buienlijn uit trekt en om zijn eigen lengteas lijkt te rollen. Ook hij hoort bij de koude uitstroom, maar zit niet vast aan de wolkenbasis. Een stuk zeldzamer dan een shelf cloud.
Een plaatselijk verlaagde wolkenbasis onder de updraft, meestal naast of achter het neerslaggebied onder een regenvrije basis. Vochtige inflow condenseert hier lager dan de rest van de basis. Draait hij duidelijk en aanhoudend, dan kan er een tornado uit ontstaan.
Lees: De anatomie van de wall cloudTwijfel je? Kijk waar de wolk zit ten opzichte van de regen. Vóór de regen en wigvormig: shelf cloud. Naast of achter de regen, onder de opbollende toren: wall cloud. En kijk naar de beweging: een shelf cloud schuift op je af, een wall cloud stijgt en draait.
| Shelf cloud | Rolwolk | Wall cloud | |
|---|---|---|---|
| Soort | Arcus | Arcus | Verlaagde wolkenbasis |
| Waar | Voorkant van de bui, vóór de regen | Vóór de bui uit, los van de basis | Onder de updraft, naast of achter de regen |
| Vorm | Wig of plank, vaak gelaagd | Lange, ronde buis | Blok of schijf onder de basis |
| Beweging | Schuift met de bui mee naar je toe | Rolt om een horizontale as | Stijgt op en kan om een verticale as draaien |
| Vast aan de bui | Ja | Nee | Ja |
| Wat komt er | Harde windstoten, daarna regen | Windstoten mogelijk | Bij rotatie kans op een tornado |
Hoe de wind met de hoogte verandert, bepaalt wat voor buien er kunnen ontstaan. Versleep de windpunten of kies een voorbeeld, en zie de schering, helicity en verwachting meebewegen.
Versleep de punten, of klik een punt aan en gebruik de pijltjestoetsen. Elk punt is de wind op die hoogte: de richting vanaf het midden is waar de wind naartoe waait, de afstand is de snelheid. Het gele vlak is de helicity (SRH) van 0 tot 3 km.
Schering alleen maakt nog geen onweer: er is ook instabiliteit (CAPE) en een aanleiding nodig. Deze waarden zie je terug op de weerkaart bij de modellen.